Laatste ijsdag: Ik schaatste op de Douwelerkolk. Natuurijs, eindelijk, na al die jaren. Eerst dobberde school nog door mijn hoofd, de verwikkelingen, de intriges, de klein machtstsrijdjes, maar het was een stralende winterdag, het ijs was prachtig, zwart, bekrast door al die ijzers, maar nergens losgereden, geen barst, de zon weerspiegelde er in. Er stond een kalme wind. Toen gonsde het ijs, een kalme sonore zweepslag, het mooiste geluid op zo’n winterdag, en ik dacht onmiddellijk aan andere schaatstochten van lang geleden, steeds langer geleden, steeds begonnen met de eerste angstige en onzekere slagen, altijd eindigend met een overweldigend en opgetogen gevoel.