Oude molen:Zo’n oude koffiemolen, die knars en kraakt en piept, waar het maar kan. Het is zo’n houten molen, met een la die klemt en die altijd scheef zit, die je eruit moet wrikken erin moet stompen. Een metalen slinger met een houten knop. Om die knop haar kleine hand, tot een vuist gebald. Aders. Dunne huid.
De molen op schoot. Ze draait de slinger rond. De bonen knarsen. De slinger piept. Haar lijf wiegt, haar hoofd schudt, haar stoel kraakt. Ze luistert, versnelt, vertraagt. En aan de andere kant van de muur jankt de hond. Ze draait, wiegt, luistert, geniet.