Vallende blaadjes: Zij schikt rozen in een kristallen vaasje, zet thee, legt kletskoppen op een schotel en lacht in zichzelf.
Mirko zit aan tafel, handen op het tafelblad.
Nerveus, denkt ze. Ze gaat tegenover hem zitten.
Hij heft zijn handen op. Zweetafdrukken op het notenhout. Hij droogt ze met zijn mouw, zij doet alsof ze niets ziet.
Zij ademt aandachtig in.
Rust, denkt ze.
Hij ademt diep in.
Rust
Een kletskop?
Hij hapt.
De kletskop kraakt, zoals nog nooit een kletskop kraakte. Zijn ogen worden groot.
De rozen laten hun blaadjes vallen. Met plofjes zacht als zuchten landen ze op het tafelblad.