122 / Snelle diagnoses: Hardlopers zijn kwakzalvers, onbetrouwbare scharrelaars in spieren, pezen, defecten. Altijd bezorgd.
“Wat heb je?”
“Hielspoor!”
“Diepe kuitspier!”
“Stressfractuur!”
Ze grijpen naar ledematen, kermen, stellen diagnoses, prognoses.
Voor zichzelf:
“Kost me zeker drie maanden.”
“Daar gaat m’n marathon.”
“Einde lopen.”
Voor een ander:
“Loop je lekker?”
Prima, denk je. Maar de vraag brengt twijfel. Dus zeg je:
“Hoezo?”
“Je loopt zwaar. En links land je een beetje gek. Voorvoetprobleemje misschien.”
“Nergens last van.”
Diepe frons. Dat is genoeg.
Land je echt niet goed? Sleep je wat misschien? Voel je daar geen pijntje. Gewoon negeren, denk je, maar de twijfel knaagt.