124 / Zo gedaan: De overbuurvrouw van de Panta Rhei had zich blijkbaar buitengesloten. De buurman haakte voor haar met een ijzerdraadje door de brievenbus naar het slot. Zij, betoverende Hindoestaanse, stond erbij. Eén hand voor haar mond, de ander in haar zij. Er kwamen anderen bij. Een oploopje. Ze probeerden het allemaal. Met de draad, een kleerhanger, een ladder tot het raam, alles en allemaal tevergeefs. Toen verschenen twee mannen, jongens eigenlijk nog. Ze stootten elkaar aan, één begaf zich naar de deur, morrelde, trok een wenkbrauw op en, hop, open was de deur. En door liepen ze. Nagestaard, verwonderd, bewonderd, wantrouwend, verbaasd.