136 / In Zutphen: Vanaf een karretje verkocht ik koffie langs de trein in Deventer. “Eerst het geld, dan het wisselgeld, dan de koffie, zo schiet je er nooit iets bij in”, zei mijn baas.
Eenmaal was er al gefloten toen een man vanuit het halletje koffie vroeg.
“Te laat”, zei ik.
“Kan best”, zei hij.
Geld, wisselgeld, ik tapte koffie af.
De deur schoof al dicht. Ik reikte nog vlug de koffie aan. Zo vertrok de trein: een hand met koffiebekertje buiten de deur. Achter me stond de perronchef te lachen.
“In Zutphen komt alles goed” zei hij.
Het klonk als een oude wijsheid.