139 / Blussende fietsenmaker: De fietsenmaker was een lange man in een vieze overall. Als je zijn donkere werkplaats binnenkwam, keek hij je boos aan.
Hij schold je uit:
“Weer een rem kapotgetrapt! Weer een band gesloopt. Rotzak. Vuile fietsenmoordenaar”.
Zelf reed hij op een Solex.
En hij zat bij de vrijwillige brandweer. Als er echt groot alarm was, rukte ook hij uit. In zijn asbestjas, met zijn brandweerhelm op zijn Solex achter de spuitwagen aan. Hard kan hij nooit zijn gegaan. En toch herinner ik me hem zo: racend, met klapperende jaspanden, klapperende flappen aan zijn helm, een opgetogen blik, een belangrijk mens.