175 / Ander landschap: Ik wandelde in de hooilanden bij Tonden, waar ik al eerder was. De wereld was kurkdroog toen. Waar ik liep, stoof stof. Het rook naar droog gras, dor hout en een vlonderpad hing boven een dorre vlakte, die ooit moeras moet zijn geweest.
Nu was het nat. Al het blad frisgroen. Mijn sokken werd vochtig in mijn schoenen van het natte gras. De vlonder liep nu over zwarte plassen en riet, maar op een pad door een houtwal vond ik een appeltje, ingedroogd tot walnootgrootte. Wit, licht als papier, maar het steeltje stak kordaat zwart en stevig uit de vrucht.