176 / Vuurtje stoken: Een verre buur stookt dagelijks vuurtjes in een aardewerken oven in zijn achtertuin. Het begint met de tikken van zijn bijl, waarmee hij latjes tot aanmaakhout splijt. Dan gefluit, gerommel en uiteindelijk rook, een spoortje, al snel meer. Het gefluit wordt luider. Iemand schatert. De rook wordt vet. Een buurvrouw haalt het wasgoed van haar lijn. Een raam slaat dicht. De rook begint te bijten. De buurman roept zijn zoon:
“Kom kijken.”
Ik wil klagen. Ik formuleer al in gedachten.
“Zeg eens, eh”
Ik ben met een been onderweg, maar ik hoor het zoontje lachen, en laat het bij gekuch.