182 / Houten ladder: Hij hoorde bij het huis en ik bedacht niet dat hij onveilig kon zijn. Zo zwaar, hout, solide.
Ik zette de ladder tegen de muur, schoof hem uit, klom naar het raam op de eerste en keek naar binnen. Dat kamertje was nog rommelkamer. Later werd het kinderkamer, werkkamer, kinderkamer, weer werkkamer.
Ik zette een voet op de volgende sport. Die brak, ik stortte naar beneden, door een reeks sporten, knappend onder mijn gewicht, terug naar de tegels.
Wat overbleef: twee ladderstijlen, door de laatste sporten verbonden. Van de andere sporten restten stompjes. Amper nog ladder, eerder een tandeloos gebit.