Zachte zeepkoekjes: Ik liet me scheren en de kapper vertelde me dat zijn vader vroeger een kleine koekjesfabriek in een dorpje in Antatolië had. Dat was onder het inzepen. Zo uit het niets. Terwijl hij het mes over mijn wang haalde, noemde hij namen van koekjes. Zeepbelletjes sputterden bij mijn oor, het mes schraapte mijn huid. De namen van de koekjes kon ik niet verstaan. Ze gingen melodieus op in dat zachte schrapen en sputteren en in de geur van zeep.
“We hadden thuis kasten vol koekjes”, zei de kapper.
Hij smakte terwijl hij sprak. De kruimels vlogen mij om mijn oren.