Hakken zien: In het Kolkbos haalde Polk mij in, hij loopt al jaren in dezelfde groep als ik. Hij is lang, zwijgzaam, heeft een schonkige tred, onbeheerste stappen, zware landingen. Als hij wat zegt, schraapt en kucht hij eerst, alsof hij zijn stem moet opdelven. Nu hoorde ik hem: boem, tik, boem, tik.
“Hallo Jeroen”, zei ik toen hij passeerde.
Zijn antwoord: een beweging van zijn hand, ter hoogte van zijn heup, even friemelen met zijn vingers. En eenmaal sloeg hij zijn been hoog achterwaarts, hak naar bil. Een felgroene zool met vastgeklemd tussen twee ribbels in het hakprofiel een rafelige dennenappel.