Geen kunst: Volgens vader was kraken geen kunst. Zijn recensies van de tentoonstellingen die hij bezocht waren mild, eerder voorzichtige observaties dan kritieken. Hij deed uren over zijn stukjes, was elke maandagavond krampachtig bezig geen mening neer te schrijven. Wij, zijn kinderen, oordeelden ondertussen genadeloos over elkaar en over wat wij deden, wij maakten elkaar af in de scherpste bewoordingen. Hij hoorde het stilzwijgend aan. Trots of complimenten herinner ik me niet. Wie een tien haalde, moest maar niet naast zijn schoenen gaan lopen. Wanneer ik een ander bekritiseer voel ik me schuldig. Als ik een compliment geef, voel ik me onzeker.