Rozen krijgen: Ze heeft kletskoppen gekocht en staat nu voor de banketbakker. Een stille ochtend. Voor de bloemist een man, rozen in zijn hand, schuchter. Hij kijkt bedeesd naar Mireille.
Mijn neus, denkt ze.
Ze voelt aan de kers, zacht en kleverig.
Hij lacht. Zo schuchter. Zo lief.
Zij lacht terug.
Hij stapt op haar toe.
“Voor u” zegt hij. “Vanwege…”
Hij houdt haar de rozen voor.
“Vanwege mijn neus?”
“Nee” zegt hij. “Gewoon. Ik voel…”
“Voel wat?”
“Liefde”
Ze lacht hem toe. Dat doet hem goed.
“Mag ik met u mee naar huis.”
Ze neemt de rozen aan.
“Tuurlijk” zegt ze.