Dijkgraaf Reinders: Er rijdt een bestelbusje voorbij. Dijkgraaf Reinders staat erop en een afbeelding van een man met een rode voorschoot die een reusachtige gifgroene appel voortduwt. Dijkgraaf Reinders, het zou een personage kunnen zijn in een streekroman. De dijkgraaf, die op de waddendijk staat, de benen in spreidstand, handen in de zij. Kaplaarzen, loden jas, wind in het haar, onverstoorbaar starend over het wad. Koud, onstuimig, maar geen virus, boze boeren, actiegroepen. Alleen de wind en de zee. Blozende wangen. Rechtschapen. Gezag.
“Teveel kwel.”
“Snel, bel de dijkgraaf.”
Of
Tingelingeling
“Wie is daar?”
“De dijkgraaf.”
“Hemel. Wat verschaft ons de eer?”