Vol putje: Ik wandelde bij de Gashaven, kwam langs de kanovereniging, zette door een halfopen schuifdeur één stap in het botenhuis, zag de rekken met kano’s tot aan het plafond, peddels aan de muur, rook polyester en stof. Voor het botenhuis droogde een vrouw haar boot. Zwarte krullen.
“Wat ik wilde?”
“Ooit lid geweest.”
“Onveranderd hier?”
“Mijn haren zitten nog in het putje.”
Ze trok een vies gezicht.
“Herendouche!” zei ik. “De dames is vast schoon.”
Ze stak haar tong uit.
Ik liep om het gebouw. Het doucheraampje stond open. Geklater. Een natte hand pakte net een fles shampoo uit de vensterbank.