De maat: Ik zat met Marijn in een cafe met een live-pianist, een man in verschoten kostuum
“Let op die rechterhand” zei Marijn. Met zijn hand gaf hij de maat aan boven de kringen in het tafelblad.
‘En tsjak’ riep hij vlak voordat de pianist anderhalve seconde stilhield. Dan maakte hij een hakkend handgebaar en in de pauze riep hij, nog geen halve tel voor de volgende aanslag, ‘ja nu.’
Ik keek onderwijl naar die rechterhand, al wist ik dat ik luisteren moest. Een dooraderd klauwtje dat over de toetsen kroop. Bij de pols een rafeldraad uit de boord van zijn overhemd.