Geen Folkertje: Ik zat in een vergadering over onderwijs en het moeizame verloop ergerde me, het gemak waarmee over principes werd gestapt, technisch geschuif met vakken, punten, criteria. Ik luisterde, irritatie zwol.
Ik dacht aan collega Folkert, die niet zwijgen kan: altijd aan het woord, happend naar adem, zwaaiend met al zijn ledematen, reeksen metaforen. Zijn publiek in verwarring achterlatend.
Ik wist het niet. Er klopte van alles niet. Ik moest iets zeggen. Niet te onderdrukken. Ik stak van wal. Bondig, dacht ik nog. Wees bondig. Doe geen Folkertje. En warempel, plots zei ik in een paar woorden onversneden wat ik vond!