Grote haast: We zouden naar de drukker, Andy en ik. Andy een beer, een bokser.
“We moeten gaan Andy. Nog 10 minuten.”
“Zeker. We moesten haasten.”
Hij prutste aan een document. Ik draaide rond. Telde af.
“Nou?”
Ik rammelde met mijn sleutels.
“Ja we moeten weg. Zeker.”
Hij werkte verder.
Ik overdacht de weg naar de drukker; stoplichten, bruggen.
Andy veegde denkbeeldig zweet van zijn voorhoofd.
“Pfft, haast.”
Ik trommelde met mijn vingers op mijn dij.
“Kom!”.
Later liepen we doodgemoedeerd naar de auto, reden kalm naar de drukker, alles op rood. Op de één of andere manier toch bijna op tijd.