We bellen: Ik zag zwerver Bertus in de Keizerstraat, vlak voor de avondklok. Op zijn rug een piepschuim matras, het voeteneind sleepte over straat. Hij liet een spoor geveegde klinkers achter.
Ik zie hem geregeld; blik bier in zijn hand, blik in zijn jaszak. Merkwaardige tred heeft hij: voorovergebogen, kin op de borst, benen hoog opheffend, zwaaiend met zijn armen. Af en toe brult hij iets:
“Allemaal hun schuld.”
“Godverdomme socialisme“
Lang dacht ik dat hij alleen wartaal sprak. Toen zag ik hoe hij voor het stadhuis, onder de vingerafdrukken, afscheid van een ambtenaar nam.
“We bellen”, zei zij.
“Afgesproken” antwoordde hij.