Naar boven: De zee is zwart, de boot is klein, de wind blaast. De dijk verdwijnt uit zicht. De vrouw roeit.
“Wat?” zegt Dijkgraaf Reinders.
“Zul je wel zien.”
“Maar thuis. Thuis zullen ze”
“Voor thuis zorgen wij.”
De boot danst op het wad. Houtwerk kraakt. De ogen van de dijkgraaf tranen. Hij droogt ze met zijn mouw en kijkt naar de twee witte vrouwenhanden die de roeispanen omklemmen.
In de verte doemen contouren van een schip op, onverlicht geankerd.
“Wat krijgen we nou”, mompelt de dijkgraaf.
Dan meren ze af naast het schip. Een touwladder valt.
“Naar boven”, gebiedt de vrouw.