Veranderend bos: We wandelden op de Zoogenbrink. Ik kom daar al jaren. Telkens lijkt het een ander bos. Er waait wat om, er wordt gekapt, een pad verlegd, gemaaid. Ik vergeet eens iets. Soms wandel ik, soms loop ik hard. Nu wandelden we door een beukenlaan. Statig, oude bomen aan weerszijden. Veel gevallen blad, sneeuwresten.
‘Vreemd’, zeg ik, ‘Nooit eerder geweest.’. Na drie passen ben ik kwijt waar we zijn. We komen uit op een vertrouwd punt. Ik draai me om, kijk die laan nog even in. Daar kwamen we vandaan. Nu herken ik hem onmiddellijk. Al zo vaak belopen.