De winnaar: Ik ruimde lades op en vond een immense bos oude medailles. Al die loopjes. Armen vol werden er uitgereikt. Ik dacht aan een halve in Leeuwarden. Na afloop liep ik terug naar het huis van Theda. Warme dag, stramme benen, medaille om mijn hals. In een parkje speelden twee kinderen.
“Bent u de winnaar?”
Ik zei nee, ze verstonden ja.
Ze huppelden mee, stelden honderd vragen.
“Hoe ver ik gelopen had?”
“Hoe hard?”
“Of ik vaker won?”
“Hoe ik eigenlijk heette?”
“Marten”, zei ik. “Marten Heijs”.
Ze herhaalden het. De naam van de winnaar, ze proefden hem op hun tong.