Klein werk: Ik maakte priegelige tekeningen van muurtjes, hekjes, bomen. Vervallen muurtjes, hekjes met rafelige spijlen, bomen met heel veel blad, zo traag en klein getekend dat ik pijn in mijn ogen kreeg. Altijd op A6. Ik bewaarde ze in een sigarendoosje.
Eénmaal nam ik het doosje mee naar een café, waar boven de over de bar gebogen hoofden werd geëxposeerd. De kroegbaas liet de tekeningen ruw door zijn handen gaan, alsof het speelkaarten waren.
“Lijst maar in” zei hij.
Hij keerde zich om naar zijn tap.
Ranke bomen, ruwe handen, al die mensen aan de bar.
Ik wilde al niet meer.