Vage dreiging: We wandelden een stukje door de Ossewaarden, elzenbos, dor riet en berken. Er loopt een modderig kronkelpad door het gewas. Het is een smalle strook natuur, overal voel je de nabijheid van de stad: de flats aan de overkant van de IJssel die door het gewas schemeren, zwerfvuil, natte resten van een vuurtje. Er is niets geks te zien, toch voel je steeds een vage dreiging.
We keken naar het in barsten opgedroogde laagje modder op een brugleuning. Ik legde een flinterdunne schilfer op het water. Hij bleef even drijven. We wachtten tot hij zonk. Daarna liepen we lichtschichtig verder.