Veel jonger: Het zijn altijd hetzelfde soort oude vrouwtjes: klein, gekromd, een verfrommeld boodschappenlijstje in de hand. Ruitjespapier.
“Zeg, u” (vroeger was het jij, jochie soms) bent lang. Pak eens even van de bovenste plank…” En dan volgden er van die gekke producten. Dingen waarvan ik zelden wist dat ze nog werden verkocht.
“Ja. Dank u wel.”
Maar deze was anders. Niet de kromming, niet het briefje, niet de vraag (een bepaald soort luxe pindakoeken), maar het bedankje.
Zij rekte zich, glimlachte en zei zacht
“Dank u wel.”
Het klonk warm, zwoel.
En daarna legde ze haar hand even op mijn onderrug.