Telefoon vermist: Ik verloor mijn telefoon tijdens een wandeling. Ik liep de route opnieuw, vroeg elke passant:
“Heeft u mijn telefoon gevonden?”
Ik hoorde telkens kinderlijke hoop in mijn stem, zag meelij in de ogen van die passanten.
“Helaas.”
Ze speurden terplekke het pad voor me af, alsof hij daar zou liggen.
Later vond ik hem, met breukje in het glas. De vinder nam op toen ik mijn nummer draaide met een geleende telefoon.
Als ik swipe krast dat breukje mijn vingertop. Dan zie ik de telefoon liggen, zoals de vinder omschreef: eenzaam op het asfalt. Hij keek er hoogst treurig bij.