127 / Geruststellend gezelschap: Ik haatte alle sport: gymlessen sportdagen, zwemles. De hoon, de missers, de struikelpartijen, de gymdocenten in morsige truien, De lijn bij hoogspringen, waar ik demonstratief dwars doorheen liep.
“Zie mij falen.”
Ik rookte omdat het anti-sport was. Vele jaren.
Uiteindelijk begon ik te fietsen. Het lopen deed ik er een beetje bij. Nu is lopen een van de belangrijkste dingen in mijn leven. Een week waarin ik niet twee keer gelopen heb, is niet compleet. Op mijn werkkamer staan mijn hardloopschoenen. Geruststellend gezelschap. Onder het lesgeven, corrigeren, vergaderen, weetikveelwatmeer, kijk ik ernaar.
“Straks” fluister ik dan. “Straks gaan we weer.”