131 / Juffrouw Bos: Om de hoek woonde juffrouw Bos, een hoer op leeftijd, bijna altijd aangeschoten, om haar heen de geur van zoete sherry en doordringend parfum, haar gezicht gezwollen, soms kapot van dronken valpartijen. Ik was bang voor haar, haar krassende stem, haar geur, de manier waarop ze keek, haar mond een klein stukje open. Eén blik was genoeg voor boze dromen. Eenmaal opende ze de deur, juist toen ik passeerde.
“Belde jij hier aan, jochie?”
“Nee mevrouw.”
“O. Dacht ik.”
Deur dicht. Ik holde naar huis, zo snel als ik kon en wist het zeker: ik was aan groot gevaar ontsnapt.