133 / Een heertje: Er dook eens een mannetje op in de klas: keurig pak, nette schoenen en een koffertje. Hij oogde wat groot, zijn leeftijdgenoten wat klein, reus op een skelter, een gans tussen de eenden. Ik herinner me hoe hij sprak: geaffecteerd, veel moeilijke woorden. Ik herinner me zijn gebaren: hoe zijn mollige handen om elkaar heen draaiden. Hoe hij met handgebaren klemtonen accentueerde. Hoe verwonderd zijn klasgenoten naar hem keken en hoe ik hem aan het eind van de dag eens over het pad langs het spoor zag lopen, licht voorovergebogen, vermoeid, zijn koffer sloeg bij elke stap tegen zijn been.