2. Het licht
Het Licht: Vanuit haar appartement keek je in de winkel van Carlos; ranke meubels, stralende lampen, glanzend design. Ik kende haar van school, waar ze op het secretariaat werkte. Aan het eind van elke dag praatten we. Zij over theater, ik over wat ik schreef, deed, dacht, alles buiten de academie. Zij nam ontslag en ik dacht: nu is het hier niks meer waard, nu ga ik ook! Ik bleef. Op een herfstdag mailde ze: “Herinner je de lampjes. Het is donker. Ze brandden. Kom je kijken?” “Ja!” antwoordde ik. Ik deed het niet. Niet veel later schoot een ex-minnaar haar dood.