144 / Rommel verplaatsen: Ik dacht aan het verhuizen van Ivo. Hij had een kast vol houtwormgaten. Ik bonkte erop om het boormeel te zien stuiven. Hij lachte me uit.
Allemaal nep. Geprefabriceerd.
Op zolder had hij stapels lege koffers.
‘Spilzucht van mijn vader’, vertelde hij. ‘Nieuwe reis, nieuwe koffer.”
Ik droeg ze naar het busje. Glimmende gespen, sloten als kwaaie ogen, de handvatten strenge monden.
‘We verhuizen lucht’ zei ik.
Later laadden we nog een aanhanger vol rommel voor de stort. Daar aangekomen bleek zijn pasje kwijt. Twee uur doorkruisten we de stad om ergens een pasje te lenen. Vergeefs maar hoogst geamuseerd.