143 / Gestolde inkt: De inkt in mijn oude vulpen is gestold en ik denk aan het mannetje waar ik de pen kocht, in een drukke straat, onder een galerij. Alles was klein: zaak, product, winkelier, toonbank en vitrines. Buiten daverden bussen voorbij en mensendrommen. Binnen hield hij kronen van pennen tegen het licht, tekende hij kriebeltjes op proefvelletjes en probeerde hij opgedroogde pennen weer op gang te krijgen. Eerst met zijn adem, hijgend over de kroon. Dan door zijn vuist om de pen te klemmen en met die vuist in zijn handpalm te slaan. Keihard. Vol opgekropt venijn. Hij sprong er driftig bij.