152 / Bloeiende boom: De appelboom staat in bloei, uitbundiger dan ooit. Ik stak mijn hoofd tussen de takken vol bloesem en werd overweldigd door de zoete geur en het gezoem van insecten, keek en zag overal hommels en bijen bloemen in- en uitkruipen, hun pootjes vol stuifmeel.
Ik bleef lang staan, met mijn hoofd in al dat leven, keek en rook, tot in één van de tuinen hierachter de stem van een moeder weerklonk:
“Jurre, kom je eten.”
Hoog en melodieus was haar stem, bijna alsof zij zong.
En ik wenste dat ik die Jurre was. Zo werd ik teruggeroepen uit een droom.