154 / Geeft niks: Ik ging een huurbusje halen, vlak voor sluitingstijd. De verhuurder hing achter de balie, een gezicht vol tegenzin. De telefoon rinkelde. De verhuurder schoof mij formulieren toe.
‘Bovenhoofdse schade’ zei hij ‘betaal je zelf.’
Hij nam de hoorn van de telefoon, gooide hem er weer op.
‘Geen zin!’.
We ruilden: getekende formulieren voor sleutels.
De telefoon ging. Hij verbrak.
‘Mongool’.
Ik lachte schaapachtig.
‘Ik ga mijn dochter verhuizen’ zei ik.
‘Geeft niks’ antwoordde hij met een blik op de telefoon:
‘Komt ie weer’.
En inderdaad gelijk rinkelde de telefoon. Hij nam op.
‘Dicht’ zei hij en hij verbrak. Zichtbaar tevreden.