156 / Krakend hout: Onder de houtkachel kraakte een poosje iets in een bundel aanmaakhout. Het was een luxe bundel, een sinterklaascadeau. Exotisch hout, grillige kronkelige stukken, diep-amberkleurig, veel te mooi om aan te steken, sterk geurend van de hars. En met een kraakje dus. Knerp.
Ik nam de bundel eens een avond in mijn hand, een avond lang, keek ernaar en wachtte tot het kraken.
“Toe maar” fluisterde ik. “Kraak maar”.
Ik keek. Ik wachtte. Ik luisterde. Er gebeurde niets.
Ik legde de bundel terug. Het bleef stil. Niet alleen die avond. Altijd. Ik had het hout door te kijken tot zwijgen gebracht.