165 / Verlaten jongen: Het ene moment droegen twee mezen nog voedsel aan. Als dartpijlen schoten ze over je hoofd, om en om met rupsen het kastje in. Plots was er maar één, toen werd het stil.
Ik wachtte drie dagen, klom op een ladder, pakte het kastje, opende het. Daar, in een snoezig nestje, het broedsel. Twee dode vogeltjes, de een fors, snavel dramatisch geheven, de ander een scharminkel, en een eitje. Ik schepte ze met een eetlepel uit het nest, hing het kastje terug en wacht nu tegen beter weten in op een volgend mezenpaar, zoekend naar plek voor een tweede leg.