169 / Moederziel alleen: Op een feestje trof ik zekere Rob. Oeps, zuigend type vlug verder, dacht ik, maar zijn hand lag al op mijn schouder, ik zat hopeloos ingeklemd tussen hem en de blinde muur.
“Mijn grote liefde” zei hij en hij vertelde traag en langdurig over de fagot.
“Ja, ja” zei ik. “Nee, nee”.
Het ging over ventielen, het mondstuk, embouchure, valkuilen op de markt.
Ik wilde hem wel ontglippen, het lukte niet. Prijzen, noemde hij. Veilinghuizen.
“Interessant”, zei ik.
Uiteindelijk maakte ik me van hem los. Van een afstand sloeg ik hem gade, diep in gedachten, moederziel alleen met zijn trompet.