170 / Houten koe: Er zat een vader in het parkje, een bankje van het onze. Hij sprak zijn huilende peuter toe.
“Moet je maar niet vallen.”
Hij wees op haar geschaafde knie.
“Nee hoor, geen kusje. Dat is niks.”
En daarna op haar slippers.
“Wat leer je hiervan?”
Ze snikte.
“Niks?”
Meer snikken.
“Niet rennen.”
Ik had zin die vader een lesje te leren maar er hobbelde een jongetje op kousenvoeten voorbij. Hij klom verderop op een houten koe. De peuter vergat haar kapotte knieën, gleed van haar vaders schoot, klom ook op de koe en stak haar tong naar de wereld uit.