186 / Geen hoop: Een man van het water wipte de deksel van de put en draaide de brandkraan open.
“Was gelijk mijn auto” riep ik van boven.
Zijn hand ging naar zijn oor, het water kleurde bruin.
Ik zei het nogmaals.
“Ik spoel alleen door en doe drukcontrole”
Hij stak zijn wijsvinger in de stroom en bekeek mijn huis.
“Bij brand, zat water.”
“Hopelijk nooit nodig.”
“Ik doe alleen water” antwoordde hij, “geen hoop.”
“Ach” zei ik.
Kraan dicht.
Put dicht.
Hij stapte in zijn bus. Opende verderop een nieuwe put. Boven hem opende een raam. Zijn hand ging al naar zijn oor.