189 / Slaap zien: “Je moet je slaap visualiseren” zei Marnix tegen mij.
Wij deden een duurloopje door de uiterwaarden. Eén kievit, één tureluur, één grutto, zijn nest met rood-wit-lint afgebiest.
“Nooit mopperen als je niet slapen kunt” zei hij. “Zeg: ‘kom toch. Waar zit je nou?’ en als je overdag door slaap overvallen wordt: ‘sorry schat, nu niet.’
Hij hupte over een slagboom.
De kievit dwarrelde boven ons, riep: ‘nuniet-nuniet’.
“En hoe ziet jouw slaap er dan uit”, vroeg ik.
“Als een milde oude man, die zich zelden zorgen maakt.”
Hij stak zijn armen in de lucht. Zijn haar glansde in de zon.