188 / Dichte deuren: Ik dronk koffie op een terras en tussen twee kopjes door bezocht ik het toilet. De deur stond op een kier. Binnen was het donker. Ik stapte naar binnen. Er zat een man op de w.c., op zijn schouder een papegaai. Ze keken gelijktijdig op, vier verschrikte ogen.
Ik ging naar de naastgelegen w.c. en hoorde de man tegen zijn vogel praten.
“Rustig meiske, rustig maar.”
Een ogenblik later kwam hij op het terras naar mij toe.
“Excuses”, zei hij “me vogel houdt niet van dichte deuren.”
Ze maakten beiden een lichte buiging. Gelijktijdig weer. Ik wuifde de excuses weg.