Nies

Ik zat in de trein, de zon viel op mijn boek en ik moest niezen, vaak en hard.
“Pardon” zei ik tegen de man tegenover mij, want hij keek mij met grote ogen aan. De echo van mijn nies hing nog in de coupé.“Geeft niet” zei hij.
Ik wilde alweer verder lezen toen de man zei:
“Het klinkt zelfs heel vertrouwd. Mijn vader nieste zoals u.”
“Wat een toeval” zei ik.
“Het is zo’n nies, ergens uit het diepste van uw lijf. Zie ik dat goed?”.
“Helemaal” zei ik.

“Ik zal u vertellen” zei de man, “als kind zag ik die niesbuien van mijn vader al aankomen, soms eerder dan hij.
Daar komt er een, dacht ik dan.
Mijn moeder voelde het ook maar zij vond dat hele niezen maar aanstellerij.
‘Schat,’ zei ze streng, ‘je denkt erom’.
Dan stak ze haar tong uit. Ze had een lange spitse tong, net als ik.”
De man liet zelf even zijn tong zien, die inderdaad lang en spits was.
“Ze wilde dat mijn vader met zijn tong over zijn verhemelte streek”, zei hij toen. “Zo onderdrukte je de nies, volgens haar. Dat had ze geloof ik in een of andere film gezien.
Maar mijn vader wilde dat niet. Hij werkte op de bank en daar ging hij elke ochtend kleintjes heen en ’s avonds kwam hij nog iets kleiner terug. Hij zal wel gedacht hebben: ik gedraag me al vaak genoeg, dus als ik moet niezen, nies ik erop los. Als kind begrijp je dat misschien niet, maar je voelt het wel.”
“Klopt” zei ik.
“Dus keek mijn vader in de lamp, hij werd roder en roder, zijn ogen traanden, hapte naar lucht en hij schudde met zijn hoofd.
‘Ties, stop’, zei mijn moeder, maar hij luisterde niet.
Zij sloeg haar handen demonstratief voor haar gezicht en daarna drukte ze haar handen stijf tegen haar oren en ze dook ineen. Ik deed dat precies zo.
En dan kwam het: mijn vader stond op uit zijn stoel, rekte zich uit, gooide zijn hoofd in zijn nek, spreidde zijn armen, zijn borstkas zwol op, hij opende zijn mond en begon te niezen, vreselijk hard en vreselijk vaak te niezen, er kwam geen einde aan, de kamer vulde zich met niezen en pas na een hele lange tijd scheen het voorbij.
Mijn moeder en ik haalden onze handen van onze oren, we kwamen voorzichtig overeind. De klok tikte, de radiator borrelde, een lamp zoemde. We keken naar elkaar en naar mijn vader. Er trok nog één rilling door zijn lijf, hij hapte nog eenmaal lucht en nieste nog een laatste keer. Een nies waarvan we wisten dat hij kwam, maar die ons elke keer toch weer verraste. Zo hard, zo fel, zo overdonderend. De lucht om ons heen wervelde, het galmde in de grote lamp boven de tafel.
‘Bij de buren rammelen de glazen in de kast’ zei mijn moeder. ‘De schilderijen zwiepen aan de muur.’

Mijn vader reageerde niet. Hij ging weer zitten en zuchtte voldaan.
‘Waar hadden we het nou over’ zei hij.
Mijn moeder en ik zwegen.
Ik dacht aan de buren, dat waren nogal saaie mensen. Ik zag hun glazenkast voor me, met al die dansende glazen en de landschappen en stillevens die langs de muren zwierden en vooral zag ik dat echtpaar, dat met angstige ogen naar die heen en weer zwaaiende schilderijen keek. Allemaal dankzij mijn vader.
Mijn moeder keek naar mijn vader.
‘Moest dat nou?’ vroeg ze.
Mijn vader antwoordde niet. Hij trok alleen zijn rechterwenkbrauw een heel klein stukje op. Zijn ogen glansden. Mijn moeder schudde haar hoofd. Ik geloof dat ze mijn vader probeerde te negeren, maar het lukte haar niet en binnen een paar tellen keek ze alweer naar hem, met een glimlach die zich niet onderdrukken liet.

Doe net als 247 andere lezers en ontvang mijn verhalen in je mail.

Doorsturen of delen? Graag!

Blog in je mail? Stuur een mail naar martenheijs@gmail.com en ik zet je op mijn verzendlijst. Vroeger of later krijg je dan mijn blog in je mail. 

Klik op het spraakwolkje om reacties te lezen of te plaatsen. 

Vanaf 31 oktober verkrijgbaar

De Grote Zwaaier

De mooiste blogs van Marten Heijs

154 pagina‘s | softcover
125 x 200 mm
ISBN 978 9465 263311
€ 19,90 * 

* plus verzendkosten.