Frits

Plots dacht ik aan de lange jas, die ik ooit vond in de garderobe van het theater waar ik een tijdje werkte. Hij hing er al maanden, er kwam maar niemand voor en hij riep mij steeds iets luider toe: “kom dan, pas mij dan!”  Aan de rechtermouw bungelde een heel klein rafeltje. Dat vertederde me.
Op een morgen trok ik hem aan. Hij paste precies. Ik wilde hem terughangen, maar het lukte niet. Hij zat zo goed, hij hing zo lekker over mijn schouders en ik voelde me er zo prettig in.
Als ik over straat ging, spiedde ik soms wat bezorgd om me heen. Ik was altijd bang dat iemand zou roepen:
“Uittrekken die jas, die is van mij.”
Maar geroepen werd er nooit.
Door de voering zwierf een muntje. In de binnenzak zat een handgeschreven bonnetje.
Daarop stond in een handschrift met heel mooie halen: “Eén herenrijwiel. Zwart.”
In een andere zak vond ik een lege enveloppe.
‘Frits’ stond erop. Dat leek me de eigenaar van de jas.
In de kraag hing nog een vleugje aftershave.

Soms sprak ik in gedachten met Frits. In mijn voorstelling was het een wat oudere man, een echte heer. Dat kwam denk ik vooral door dat woord ‘rijwiel’. Mannen hebben een fiets, heren een rijwiel.

“Zo, je bent er nog!” zei ik als ik op de eerste winterse dag eindelijk mijn jas aan kon.
“Natuurlijk ben ik er nog” antwoordde hij. “Wat dacht je dan? Hoe zou ik ooit weg kunnen zijn?”
Hij had een rustige wijze stem.
“Echt een Frits-momentje”, zei ik, als ik op een feestje in de winter op een binnenplaatsje stond te roken en licht rillend in mijn jas wegdook.
“Maar met die slechte gewoonte kun je beter stoppen” antwoordde hij.
“Verrassing”, kraaide hij toen ik na jaren nog een verborgen binnenzakje ontdekte.

Soms sprak hij mij streng toe.
“Denk je aan de knopen. Zie ze toch eens bungelen, ze vallen er nog net niet af.”
“Wat zwerft en toch allemaal voor rotzooi door mijn zakken? Is er thuis iets mis met prullenbak of zo”
“Wat is dat voor viezigheid, daar links opzij van de revers. Je gaat me toch niet vertellen dat het mayonaise is, dat jij friet gegeten hebt.”
Dus naaide ik de knopen vast, schudde ik de rommel uit de zakken en poetste ik met de punt van een natte theedoek de mayo uit de wol.
En dan hoorde ik zijn stem.
“Goed zo, Marten. Werd tijd Marten. Denk erom. Niet wrijven. Deppen, voorzichtig deppen.“

Ik weet niet hoeveel jaar ik hem gedragen heb, maar uiteindelijk kwam er een moment waarop ik dacht: hij wordt nu wel heel erg oud, hij lijkt wat sleets, nu moet ik toch maar eens iets anders. Er zit niks anders op. De eerste nieuwe jas was hip en zat wel aardig, maar ik kon hem nooit terugvinden in het filmhuis. De volgende was of te warm, of te koud en nooit precies goed. Daarna kwam er nog een hele reeks, die ik stuk voor stuk vergeten ben.

De jas van Frits heb ik altijd bewaard, ergens achterin de zolderkast. Vorige week stond ik er ineens weer mee in mijn handen.
“Ha die Frits”, zei ik.
“Ha Marten” zei hij,  zacht maar met een ongebroken stem.
Hij geurde nog altijd naar dat spoortje aftershave en in de voering zwierf nog steeds dat muntje rond.
Hoe vertrouwd, dacht ik.
Ik trok hem aan.
Ik deed de knopen dicht. Ik zette de kraag hoog op. Ik dook er in weg, zo diep als ik maar kon.

Doe net als 247 andere lezers en ontvang mijn verhalen in je mail.

Doorsturen of delen? Graag!

Blog in je mail? Stuur een mail naar martenheijs@gmail.com en ik zet je op mijn verzendlijst. Vroeger of later krijg je dan mijn blog in je mail. 

Klik op het spraakwolkje om reacties te lezen of te plaatsen. 

Vanaf 31 oktober verkrijgbaar

De Grote Zwaaier

De mooiste blogs van Marten Heijs

154 pagina‘s | softcover
125 x 200 mm
ISBN 978 9465 263311
€ 19,90 * 

* plus verzendkosten.