Halve wereld: In een kronkelende rij voor de bakker. Een mevrouw komt aangestapt, klak klak zeggen haar laarsjes, passeert de stoet, kiest vooraan plaats.
“Mevrouw, de rij begint daar!”
Zij laat haar mondkapje zakken.
“De mijne hier. Nergens anders.”
Zij trekt haar mondkapje weer op.
“Wat denkt u wel?”
Ze mompelt iets onverstaanbaars achter haar mondkapje.
“Naar achteren jij”
Ze schudt van nee. Traag, ijzig.
De ander gaat voor haar staan, duim over de schouder.
“Naar achteren”.
Ze schudt, trager nog.
Dan schiet de hand van de ander uit, rukt haar mondkapje weg, het elastiekje knapt, haar gehoorapparaatje stuitert op de stoep.