Goede daad: Op mijn wandeling voor het werken gaan, kwam ik langs het kerkhof. Daar probeerden een man en een meisje een grote oranje hakselaar over een hobbeltje het kerkhof op te werken. Het meisje trok aan de dissel, de man duwde, maar de hakselaar was zwaar, het hobbeltje te hoog.
“Helpen?”
“Graag.”
We namen een aanloopje, bleven steken, rolden terug. Glibberige klinkers. We probeerden het drie, vier keer. Langer aanloopje, meer kracht. Zo kwamen we het kerkhof op.
“Bedankt”.
“Jullie zijn nog lang geen dragers.”
Ik liep door, dacht: zo begon ik mijn werkweek. Ik duwde een hakselaar het kerkhof op.