Nieuwste verhaal

Buitenlucht

Ik was even bij Winde, die ik al heel lang ken. Ze zat in de achterkamer, een beetje kleintjes op de bank. Naast haar lag haar hond, een Ierse Setter, die Toer heet maar die ze altijd Jongen noemt. Haar vingers wroetten door zijn vacht.
“Hoe is het nu?” vroeg ik.
Ze is oud. Ze brak een enkel en het heelt maar niet. Af en toe laat ik haar hond nu voor haar uit.

“Je ruikt naar buiten,” zei ze en ze snoof.
“Een heel landschap draag je met je mee. Ik kan er een wandeling in maken.”
“Ga je gang,” zei ik en ik zag haar lopen in het park, waar ik haar vroeger vaak tegenkwam: een oud en rank vrouwtje, dat rondscharrelde onder de oude beuken. Ze liep altijd wat gebogen, alsof ze iets zocht tussen het gevallen blad.

Ze glimlachte.
“Ik zit de hele dag maar binnen,” zei ze. “Ik lees eens wat, ik dommel half weg en het is zo wonderlijk wat er dan allemaal in je komt bovendrijven. Zoals dat ruiken.”
Ze snoof nog een keertje.
“Dat deed mijn vader ook altijd, toen ik nog klein was.
‘Kom eens hier kind,’ riep hij als ik van buiten kwam.
Meestal zat hij in de achterkamer, in de grote gele stoel. Hij boog zich naar mij toe, een beetje moeizaam, hij was nogal buikig, en drukte zijn neus in mijn haren.
Dan zei hij:
‘O, o, wat ruik ik daar? Jij bent op het landje van Penterman geweest.’
Dat was een stuk grond achter ons huis. We woonden buiten.
‘Niet pap’ zei ik dan.
‘O, jawel hoor,’ zei mijn vader. ‘Mijn neus bedriegt mij nooit. Ik ruik de knotwilg en het slootje en het kronkelpad.’
Hij rook nog eens aan me, met van die korte halen.
‘Ik ruik Hansje van hiernaast.’
Mijn vader keek even naar m’n handen.
‘En ik ruik dat jij helemaal boven in die klimboom hebt gezeten. Ik weet precies wat jij daar zag.’
Mijn vader beschreef alles wat ik had gezien. Ons huis, maar dan van boven, het dorp in de verte en de wolken boven de horizon.

Ze deed haar ogen dicht. Haar vingers zochten in de hondenvacht en speelden met de hondenharen. Mijn blik gleed door haar kleine kamer.
Toen deed ze haar ogen weer open. Ze zuchtte en gaf de hond een zetje.
“Hup Jongen. Jij mag mee naar buiten. Kom. Snel. Voordat het donker is.”

Even later liep ik met de hond door de uiterwaarden. Het was een frisse winderige dag, een vlaag regen, dan weer zon. Al snel voelden mijn wangen stijf en koud.
Ik klikte de hond los van zijn riem.
Hij aarzelde.
“Toe maar jongen” zei ik, “rennen, zet hem op.”
Toen stoof hij weg, zijn lange haren dansten in het late middaglicht. Ik zoog de frisse lucht naar binnen en keek lang naar het schuim op de golfjes in de IJssel, de populieren aan de overkant, het wiegen van de kaardebollen en al die andere dingen waarvan ik hoopte dat zij ze straks in de hondenharen vinden zou.

‘De Grote Zwaaier’ al besteld? Een bundel met 45 van mijn blogs, vormgegeven en geïllustreerd door Jean Klare. 154 pagina’s, 19,90. Bestellen: ga naar  www.martenheijs.nl/bestellen.

 

Doe net als 246 andere lezers en ontvang mijn verhalen in je mail.

Doorsturen of delen? Graag!

Blog in je mail? Stuur een mail naar martenheijs@gmail.com en ik zet je op mijn verzendlijst. Vroeger of later krijg je dan mijn blog in je mail. 

Uw reactie wordt na goedkeuring hieronder toegevoegd.

Vanaf 31 oktober verkrijgbaar

De Grote Zwaaier

De mooiste blogs van Marten Heijs

154 pagina‘s | softcover
125 x 200 mm
ISBN 978 9465 263311
€ 19,90 * 

* plus verzendkosten.